Wethouder a/h woord: Marianne Smitsmans-Burhenne

Drie vragen aan Marianne Smitsmans-Burhenne, wethouder gemeente Roermond

1. Waar liggen de grootste kansen om gezondheidsachterstanden duurzaam te verminderen?

“Die liggen in de wijk. Dicht bij de mensen, dicht bij het economisch, sociale en fysieke klimaat waarin ze leven. Daar kan gezondheid aangehaakt worden aan het armoedebeleid. Het moet ook samen met elkaar: met de basisscholen, de consultatiebureaus en de sociale wijkteams. Eigenlijk bedoel ik ermee dat het gezondheidsbeleid geïntegreerd moet worden in de gehele ontwikkeling die we nu met de drie decentralisaties meemaken. Daar zetten we nu op in: we maken een nieuw gezondheidsbeleid met de nieuwe, positieve definitie van gezondheid, die niet van ziek zijn uitgaat, maar meer vanuit de vraag wat je ondanks een beperking allemaal kunt doen. Daarnaast zijn we ook het armoedebeleid opnieuw aan het definiëren. Want we kunnen wel mensen gezondheidsadviezen gaan geven, maar daarmee alléén red je het niet.”  

 

2. Wat zouden wethouders kunnen doen om ervoor te zorgen dat er in hun gemeente echte slagen worden gemaakt die de integrale aanpak bevorderen?

“We zijn al volop bezig die integrale aanpak in de praktijk te brengen. We gaan gewoon met de mensen aan tafel zitten en vragen dan hoe de stad eruit moet zien om goed in te leven. En daarbij hebben we het over leefklimaat, gezondheid en financiële situatie. Zodat de bewoners er ook achter komen dat het een met het ander te maken heeft. Want als het om gezondheid en armoede gaat, hebben we een kip-ei-probleem: als je arm bent heb je de neiging om je te isoleren, om niet meer mee te doen. Eenzaamheid ligt op de loer en dat kan weer tot depressies en een neerwaartse spiraal leiden. Als gemeente kunnen we dan bijvoorbeeld ook een ontmoetingsruimte financieren, waar de mensen naartoe kunnen zonder ervoor te betalen. We willen dus op zich wel een regisserende gemeente zijn, maar de noodzaak van actief burgerschap hebben we ook vastgesteld. De vraag is dan: waar ga je staan op de ladder? Het ideaalplaatje is dat burgers zelf het initiatief nemen en het zelf doen. Als ze ondersteuning nodig hebben, dan kunnen we die geven. Maar de realiteit is dat niet iedereen dat voor elkaar krijgt. Dan nemen wij de initiatieven en vragen we de mensen om mee te doen.”


3. Wat zijn de valkuilen bij de aanpak van gezondheidsachterstanden en hoe voorkom je die als gemeente?

“Die integrale aanpak is heel breed, en het gevaar is natuurlijk dat je dan op een gegeven moment niet meer weet waar het over gaat. Met de Wmo zetten we bijvoorbeeld heel erg in op eigen kracht en zelfontplooiing. Maar ik ben bang dat het medische gedeelte daardoor wat vergeten dreigt te worden. Dan heb je dadelijk een mooi welzijnsbeleid, maar zonder gezondheid. Daarom vind ik ook dat meten belangrijk blijft: cholesterol, gewicht, diabetes. We brengen onze kinderen naar het consultatiebureau, dus waarom bieden we 40+’ers dan niet een jaarlijkse gezondheidscheck aan? Het medische moet dus goed aangehaakt blijven. En dat geldt eigenlijk voor alle partijen; het moet echt duurzaam beleid zijn. Zodat we over tien jaar kunnen zeggen dat deze verandering tot een gezondere stad heeft geleid.”

HomeIntegrale aanpakInstrumentenNieuwsProgramma Gezond In...GIDS-gemeentenGemeenteraadsledenPraktijkvoorbeeldenBlogsPrikbordKalenderDeelnemers Inloggen