Onze evaluaties gaan steeds meer over het proces

 

Interview met met Ina van Oostenbrugge van GGD IJsselland en Ingrid Bakker, associate lector De Gezonde Stad.
Door Lydia Sterrenberg (Platform31) en Frea Haker (Pharos)

Veel integrale aanpakken voor het terugdringen van gezondheidsverschillen zijn nieuw. Dat maakt de opbrengsten onzeker en daarom is monitoren en evalueren heel belangrijk. Los daarvan willen financiers weten of hun geld goed wordt besteed en initiatiefnemers wat goed gaat en waar het beter kan. Welke data verzamel je dan? Hoe beoordeel je resultaten? En welke methode gebruik je? Ina van Oostenbrugge, programmamanager Zwolle Gezonde Stad en werkzaam bij GGD IJsselland, en Ingrid Bakker, associate lector De Gezonde Stad van hogeschool Windesheim en lid van de Programmagroep Zwolle Gezonde Stad, vertellen over de Zwolse aanpak.

Hoe zijn jullie gekomen tot het gezondheidsprogramma Zwolle Gezonde Stad?

Van Oostenbrugge: “We werken al sinds 2007 aan een gezonde stad en met een wijkgerichte aanpak, eerst met focus op gezonde voeding, bewegen en jongeren en in de aandachtsgebieden Diezerpoort en Holtenbroek. In 2010 werd Zwolle de eerste JOGG-gemeente en zetten we het programma in grote lijnen voort. Tegen de tijd dat het JOGG-programma afliep, in 2013, zijn we ons opnieuw gaan beraden over hoe we verder zouden gaan. We wisten dat we veel minder geld zouden hebben en hebben geprobeerd te borgen wat we bereikt hadden. Maar er was ook behoefte aan inhoudelijke vernieuwing, want de motivatie voor het JOGG-programma was de laatste jaren gedaald, zowel bij de bestuurders als bij de partners met wie we samenwerkten. Misschien was dat wel omdat het programma goed gewerkt had; overgewicht bij de kinderen in de twee aandachtswijken was in ieder geval afgenomen. We zijn toen gaan praten met onze partners – diverse publieke zorg-, sport- en welzijnsorganisaties, maar ook de Rabobank IJsseldelta, DeltaWonen, PEC Zwolle United, Zilveren Kruis Achmea, Novon Schoonmaak, Albert Heijn, Abbott, Hogeschool Windesheim en de Landstede Groep. Wat moest een nieuw programma volgens hen opleverden? Wat wilden ze zelf eruit halen? Dat soort gesprekken kan ik echt aanraden, want ze leveren zicht op win-wins.

Op basis van de uitkomsten van de gespreksronde heeft de Programmagroep Zwolle Gezonde Stad een breed programma geformuleerd. We richten ons nu niet alleen maar op de doelgroep van 0 tot 19 jaar, maar ook op senioren. Naast bewegen en goede voeding staan meerdere onderwerpen die bijdragen aan een gezonde leefstijl centraal, zoals alcoholpreventie en roken. De focusgebieden zijn uitgebreid met Aalanden, Zwolle-Zuid en de aandachtbuurten Pierik en Breecamp. Zwolle Gezonde Stad is nu meer een beweging dan een programma en meer onderdeel van reguliere activiteiten. De doelen komen overigens bijna een-op-een terug in de nota voor het lokale gezondheidsbeleid van de gemeente. Dat is dankzij de goede samenwerking en afstemming van de programmagroep van Zwolle Gezonde Stad en de gemeente, ook in de fase van de programmering.”

Uit de aanpak in Utrecht bleek dat werken in netwerken vragen oproept over de rol van de gemeente en over de verantwoording. Herkennen jullie dat?

Van Oostenbrugge: “Ja, de overgang van programma naar beweging is best lastig. Van wie is Zwolle Gezonde Stad? Van de gemeente of van ons allemaal? En waaraan kun je successen toeschrijven? Door gezondheid onderdeel te maken van reguliere praktijken van partners, zijn resultaten niet meer een-op-een toe te schrijven aan Zwolle Gezonde Stad. En we hebben (volks)gezondheid verbonden aan andere thema’s binnen de gemeente – bijvoorbeeld aan sportbeleid en armoedebeleid, maar ook aan de herstructurering van wijken en mobiliteit. Dat maakt het heel breed en dat levert soms ook het gevoel dat er niks substantieels gebeurt; resultaten worden minder grijpbaar, meer fluïde. Door die verbreding raak je ook de focus en het zicht op het totaal aan activiteiten kwijt. Het is nu zoeken naar wat Zwolle Gezonde Stad ons oplevert en waarom we ermee door moeten gaan of niet.”

Wat doen jullie nu aan monitoring en evaluatie?

Van Oostenbrugge: “Voor het monitoren gebruiken we gegevens uit reguliere monitors bij de gemeente, GGD en SportService Zwolle. Als dat meerwaarde heeft en indien mogelijk, koppelen we bestanden of gegevens. De wijkgezondheidsprofielen worden door de GGD samen met de gemeente doorontwikkeld met behulp van cijfers op wijk- en buurtniveau – de zogenaamde SMAP-cijfers. Daarnaast doet de gemeente iedere twee jaar ook buurt-voor-buurt-onderzoeken. In vervolggesprekken met professionals en bewoners proberen we data te duiden en te achterhalen wat achter die cijfers speelt, zodat we gezamenlijk de vervolgacties per buurt kunnen bepalen. Verder richten we de evaluatie meer op het proces; dat is ook omdat we weten dat positieve effecten in termen van een betere gezondheid een kwestie van jaren is en dat ziet de gemeente(raad) ook. We hebben ongeveer twintig doelstellingen geformuleerd en we kijken elk halfjaar en jaar wat er is gebeurd om die doelen te bereiken.”

Bakker: “Gelukkig heeft Hogeschool Windesheim opnieuw subsidie van ZonMW gekregen. Daarmee gaan we succes- en faalfactoren in kaart brengen van acht jaar Zwolle Gezonde Stad. De komende vier jaar willen we onze aanpak doorlopend optimaliseren, vooral de lokale organisatie. Binnen het ZonMW-project gaan we ook een ‘lerende participatieve evaluatie’-aanpak gebruiken en al experimenterend onderzoeken hoe (en wanneer) we bewoners het beste betrekken. Bijvoorbeeld door te werken met studenten, passende en aansprekende methodieken, zoals Photovoice-experimenten, en samen onderzoeksresultaten duiden en opvolgen. We hopen op mooie resultaten die we hier in Zwolle, maar ook daarbuiten kunnen benutten.”

Hebben jullie nog advies voor andere gemeenten?

  • Zoek onderzoekpartners in de gemeente of regio voor monitoring en evaluatie. Er zijn win-win-kansen. Het lectoraat De Gezonde Stad van hogeschool Windesheim brengt niet alleen kennis en onderzoekexpertise, maar ook studenten die onderzoek uitvoeren voor Zwolle Gezonde Stad, veelal ter verkenning van nieuwe of kansrijke trajecten of activiteiten.
  • Zorg dat de doelen van het (netwerk)programma helder zijn; eigenlijk is dat een basisvoorwaarde voor goed monitoren en evalueren.
  • Check of bedenk welke informatie uit het programma/de aanpak de financiers of partners belangrijk vinden. En waarmee zij aan de slag willen of kunnen scoren. Wat willen ze dat het programma oplevert? En hoe maak jij dat inzichtelijk? Zo help je elkaar en kun je het programma met de monitorings- en evaluatieresultaten een boost geven.
  • Bij een nieuw college of een nieuwe wethouder kunnen prioriteiten of accenten veranderen. Verdiep je in wat zij belangrijk vinden en praat met hen over het bestuurlijk belang van je programma.
  • Als je weinig geld hebt, gebruik dan bestaande data.
  • Onderzoek naar processen kost weinig geld; je kunt in korte tijd heel wat informatie over het proces boven tafel krijgen via bijvoorbeeld documenten-analyse of groepsgesprekken.
  • Tot slot: als uit evaluaties blijkt dat het goed of beter gaat, geef je partners dan ook de credits en het ‘podium’.


Interviewreeks

Een uniforme aanpak van gezondheidsachterstanden bestaat niet. Dat geldt evenmin voor het monitoren en evalueren van zo’n aanpak. Platform31 onderzoekt in de interviewreeks Monitoren en Evalueren hoe een aantal gemeenten hun gezondheidsbeleid monitort en evalueert. Welke keuzes maken ze, tegen de achtergrond van welke beleidscontext? Welke tips hebben ze voor collega’s?

Eerder verschenen:

Trefwoorden: Monitoren
Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.
Adviseur Gezond In...

Interessant! Dit soort vragen hoor ik bij veel gemeenten. Handig om dit interview met ze te delen.

HomeIntegrale aanpakInstrumentenNieuwsProgramma Gezond In...GIDS-gemeentenGemeenteraadsledenPraktijkvoorbeeldenBlogsPrikbordKalenderDeelnemers Inloggen