De Haagse Aanpak Perinatale Gezondheid

Monitoren en evalueren van een brede aanpak

Samenvatting

Uit onderzoek bleek in 2008 dat er in Den Haag sprake was van hoge babysterfte en een groot aantal kinderen dat te vroeg of met een te laag geboortegewicht werd geboren. De gemeente en de GGD sloegen daarom de handen ineen en gaven samen vorm aan de ‘Haagse Aanpak Perinatale Gezondheid’ (HAPG). Ze stelden de ambitie om alle kinderen die in Den Haag geboren worden een goede geboorte en een gezonde start mee te geven. De hele geboortezorgketen werd betrokken, waaronder verloskundigen, kraamzorg, gynaecologen, huisartsen, en het CJG. Met deze partijen werd het platform HAPG opgericht. Ook het Erasmus MC is hierbij betrokken. Het platform onderzocht wat er nodig was in den Haag, en welke wijken extra aandacht behoefden.

Op grond van dit uitgebreide vooronderzoek stelde de stad in 2012 drie duidelijke doelen voor de aanpak. Binnen tien jaar moet het Haagse perinatale sterftecijfer omlaag gebracht worden tot het landelijk gemiddelde, en het verschil in de perinatale sterftecijfers tussen de wijken moet gehalveerd worden. Het perinatale morbiditeitscijfer (vroeggeboorte, aangeboren afwijkingen, foetale groeivertraging, slechte start bij geboorte) moet in 2022 gelijk zijn aan het landelijk gemiddelde. Om deze doelen te kunnen behalen, werd een gerichte aanpak ontwikkeld bestaande uit vier actielijnen:

  • Vroegsignalering en doorgaande zorg voor kwetsbare zwangeren en kinderen
  • Het versterken van de geboortezorg
  • Preventie: gezond zwanger worden en gezond zwanger zijn
  • Monitoring en evaluatie door GGD-epidemiologen

De actielijnen zijn vertaald in concrete activiteiten en ambities en verwerkt in een plan van aanpak. Daarin staan resultaatafspraken met de uitvoering, waarop gemonitord kan worden. De voortgang wordt besproken in het platform HAPG, dat 2-3 keer per jaar samenkomt. Daarnaast monitort de GGD door middel van vragenlijsten en gesprekken met de uitvoering. GGD-epidemiologen analyseren elke vier jaar de perinatale morbiditeit en mortaliteit.

Wat werkt goed? Wat kan beter?

  • Het uitgebreide vooronderzoek heeft ervoor gezorgd dat er concrete en heldere doelen gesteld konden worden. Het gaf ook tijd om de juiste partijen te betrekken.
  • Door goed te monitoren konden de plannen tijdig bijgesteld worden. Je blijft daardoor de juiste dingen doen.
  • De Haagse Aanpak Perinatale Gezondheid kan al vanaf het begin rekenen op steun van het college en de gemeenteraad. Zij zien de urgentie van het probleem en zijn daarom erg betrokken bij de aanpak.
  • Door goed te monitoren konden wethouders en de gemeenteraad goed geïnformeerd blijven over de voortgang. Dit vergroot het draagvlak.
  • Veel professionals in de geboortezorg hebben de urgentie gevoeld en zijn daarom bereidwillig om mee te werken. Dit is een belangrijke voorwaarde voor het slagen van de aanpak. Ga dus op zoek naar bevlogen zorgprofessionals en betrek die vanaf het begin, ook bij het stellen van doelen en monitoring.
  • Monitoring biedt de mogelijkheid om de voortgang van de aanpak te vergelijken met wat er in andere gemeenten gebeurt.
  • Het was soms lastig om een goed overzicht te krijgen van wat er precies gebeurt in de uitvoering. Iedereen rapporteert vooral over zijn eigen ‘stukje’ en daardoor is het lastig het totaalplaatje in kaart te brengen.
  • Monitoring kost veel tijd, ook voor de mensen die je erin betrekt. De uitvoering heeft het vaak druk met andere dingen en hebben daardoor soms weinig tijd om terug te rapporteren. Het kan helpen niet te veel schriftelijke vragen op te sturen, het is beter langs te gaan of even te bellen.

Zijn er al resultaten?

In 2016 werd het Haags Geboortezorg Congres georganiseerd. Daar werden de voortgang en uitkomsten van de HAPG gepresenteerd. Een overzicht van de activiteiten, resultaten en ambities werd gebundeld in het boekje ‘Haagse Aanpak Perinatale Gezondheid: resultaten en ambities in beeld’. Dit boekje is aangeboden aan alle deelnemers. Het was een feestelijke bijeenkomst waar partners van binnen en buiten den Haag bij aanwezig waren. Het was goed om de opbrengsten met elkaar te delen. De betrokken partijen konden stilstaan bij datgene waar ze samen naartoe werken.

GGD-epidemiologen hebben gegevens van Stichting Perined gebruikt voor het bepalen van perinatale sterfte. De vergelijking van de periode 2000-2008 met de periode 2009-2014 liet op jaarbasis een daling zien van sterfte rond de geboorte in Den Haag. De daling was zelfs iets groter bij kinderen van moeders met een lage sociaaleconomische status. De perinatale morbiditeitscijfers waren ongeveer gelijk gebleven. Als er nieuwere cijfers beschikbaar komen, kan beter bekeken worden hoe de perinatale sterfte is veranderd sinds het begin van de HAPG .

Aan de hand van overleggen, plannen, en epidemiologische gegevens blijft Den Haag de komende jaren monitoren om in 2022 te bepalen of de hoofddoelen behaald zijn. De komende tijd zal in de aanpak ook meer gericht worden op de eerste 1000 dagen van kinderen. De focus wordt dan verbreed van de zwangerschap en perinatale periode naar de periode tot de leeftijd van 2 jaar. Dit betekent ook dat doelen, plannen en resultaatafspraken zullen worden uitgebreid.

Meer weten over de activiteiten, plannen en uitkomsten binnen de Haagse Aanpak Perinatale gezondheid? Klik dan hier.

Contact

Naam: Marleen Sterker
Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.
HomeIntegrale aanpakInstrumentenNieuwsProgramma Gezond In...GIDS-gemeentenGemeenteraadsledenPraktijkvoorbeeldenBlogsPrikbordKalenderDeelnemers Inloggen