Vijf tips voor de implementatie van complexe wijkprogramma's

Hoe worden complexe gezondheidsbevorderende wijkprogramma’s geïmplementeerd? Rianne van der Kleij heeft promotieonderzoek gedaan naar de implementatie van de integrale aanpak van overgewicht in vijf Nederlandse gemeenten. Het proces van implementatie werd meerdere jaren gevolgd; zo interviewde Rianne meer dan 120 professionals, observeerde ze vele activiteiten en bracht zij de samenwerking van partners in de wijk in kaart. De resultaten van haar onderzoek zijn toepasbaar op de implementatie van integrale gezondheidsbevorderende wijkprogramma’s, ongeacht het gezondheidsprobleem.

Onderzoek naar de implementatie bleek nog niet zo eenvoudig. De integrale aanpak heeft namelijk geen draaiboek. Rianne: “Het gaat er om dat gemeenten zelf een aanpak ontwerpen die het best aansluit bij de mogelijkheden en wensen van de wijk. Implementatieonderzoek is in dit geval dus geen kwestie van onderzoek naar of en hoe voorgeschreven activiteiten worden uitgevoerd. Bij de integrale aanpak is het juist van belang om de procesevaluatie te laten aansluiten bij de complexiteit en dynamiek van de aanpak. Dit stelde ons voor grote methodologische en praktische uitdagingen”.

Hoe onderzoek je de integrale aanpak?

Onderzoek naar de implementatie van de integrale aanpak staat nog in de kinderschoenen. Rianne: “Traditionele instrumenten voor procesevaluatie zijn vaak niet goed bruikbaar bij de integrale aanpak. Er is daarom grote behoefte aan een zogenaamde ‘gouden (online) toolbox’; een digitale verzameling van procesevaluatie instrumenten die lokale onderzoekers kunnen gebruiken bij het opzetten van een evaluatie. Er zijn verschillende instrumenten ontworpen gedurende dit onderzoek, zoals de sociale netwerk analyse tool , een instrument om partners en verbindingen in de wijk of gemeente in kaart te brengen, de samenwerkingsvragenlijst, over de samenwerking binnen de projectgroep,  en de aangepaste MIDI, een vragenlijst over determinanten van implementatie. Deze instrumenten zouden in de toolbox kunnen worden opgenomen”.

Welke factoren beïnvloeden de implementatie van een integrale aanpak?

Een integrale aanpak implementeert zich niet vanzelf. Helaas krijgt het proces van implementatie momenteel nog onvoldoende ondersteuning en prioriteit. Rianne: “Implementatie en het evalueren van het proces is vaak nog ‘een ondergeschoven kindje’. Veel regisseurs en lokale onderzoekers zijn nog onvoldoende op de hoogte van de mogelijkheden en voordelen van het maken van een gedegen implementatie plan of een begeleidende procesevaluatie. Uit mijn onderzoek blijkt dat de implementatie kan verbeteren als gedurende de gehele interventieduur voldoende tijd en middelen worden gereserveerd voor het begeleiden, evalueren en bijsturen van het implementatie proces.

Daarnaast is binnen de integrale aanpak een zeer divers palet aan professionals uit verschillende sectoren actief. Uit dit onderzoek blijkt dat per sector (o.a. gezondheidszorg, onderwijs, privaat) er specifieke determinanten van belang zijn voor de implementatie van de aanpak. Bijvoorbeeld het creëren van co-benefits, gebaseerd op de specifieke determinanten per sector, lijkt van belang om de implementatie te doen slagen.

Samenwerking tussen partners lijkt zowel de kracht als de achilleshiel te zijn van de integrale aanpak. Samenwerking in de wijk draagt in belangrijke mate bij aan het succes van de aanpak. Professionals geven aan dat ze samen meer bereiken dan alleen en ze stellen dat implementatie makkelijker verloopt doordat ze de aanpak ‘samen dragen’. Anderzijds kost samenwerking volgens hen (te)veel tijd en energie en is het niet makkelijk om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen.

Uit het onderzoek bleek verder dat de regisseur van de aanpak vaak te centraal staat in het wijk-netwerk. Dit maakt het netwerk kwetsbaar, zeker op de lange termijn, omdat contacten te veel via de regisseur verlopen en het netwerk niet leunt op partijen in de wijk. Ook lijken partijen in de wijk zo minder te worden geënthousiasmeerd en gestimuleerd om verantwoordelijkheid te dragen en de aanpak verder te verspreiden.

Uit het onderzoek komen 5 algemene tips voor de implementatie van complexe wijkprogramma’s:
 

  1. Ontwikkel strategieën voor implementatie van het wijkprogramma in nauwe samenwerking met lokale wijkpartners. Deze strategieën moeten regelmatig worden herzien en aangepast om te zorgen dat ze blijven passen bij de lokale context. De implementatie van een integraal wijkprogramma is complex en zonder een dynamisch implementatie plan is het risico op falen van implementatie een stuk groter.
     
  2. Er moet voldoende tijd worden gereserveerd voor implementatie van complexe wijkprogramma’s. EPODE liet pas na jaren resultaten zien; het kost tijd om een duurzaam netwerk op te bouwen en voor de implementeerders om zich het programma eigen te maken.
     
  3. Een gevoel van eigenaarschap over de doelstellingen van het wijkprogramma en zelfdoeltreffendheid ten aanzien van implementatie zijn gerelateerd aan het succes van implementatie van complexe wijkprogramma’s. Neem deze determinanten mee in het ontwikkelen van implementatie strategieën. Zelfdoeltreffendheid kan bijvoorbeeld verbeterd worden door coaching sessies tijdens het implementatieproces, terwijl eigenaarschap van het gebruik van richtlijnen verbeterd kan worden door ervoor te zorgen dat beoefenaars worden betrokken bij de ontwikkeling van de richtlijn.   
     
  4. Stimuleer een solide samenwerking met stakeholders in de wijk, bijvoorbeeld door regelmatig bijeenkomsten voor stakeholders te organiseren en de voordelen van samenwerking zichtbaar te  maken voor belanghebbenden. Wanneer de samenwerking met stakeholders in de wijk als vruchtbaar en succesvol wordt gezien vergroot dit de kans op implementatie succes.                 
     
  5. Een niet-gecentraliseerd netwerk is gerelateerd aan implementatiesucces. Zorg er daarom voor dat er niet slechts één stakeholder (bijvoorbeeld de projectleider) centraal staat ten opzichte van de rest van de netwerkpartners, omdat dit een gevoel van gedeelde verantwoordelijkheid voor implementatie in gevaar kan brengen en uiteindelijk de stabiliteit van het netwerk kan schaden.

 

Voor meer informatie over het onderzoek kunt u contact opnemen met dr. Rianne van der Kleij per e-mail: M.J.J.van_der_Kleij@lumc.nl

Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.
Functie(s): Onderzoeker
Organisatie: Vrije Universiteit
HomeIntegrale aanpakInstrumentenNieuwsProgramma Gezond In...GIDS-gemeentenPraktijkvoorbeeldenBlogsPrikbordKalenderDeelnemers Inloggen