Vier jaar door met GIDS en Gezond in… welke thema’s vragen om een ‘boost’?

In maart jl. liet staatssecretaris van Rijn de Tweede Kamer weten dat hij het GIDS-programma[1] tot en met 2021 wil voortzetten. Ook de komende vier jaar krijgen GIDS-gemeenten (vanaf 2018, 165 gemeenten) 20 miljoen per jaar voor het versterken van hun integrale aanpak van de grote gezondheidsverschillen tussen hoog- en laagopgeleiden (laagopgeleiden leven gemiddeld 7 jaar korter en kennen 19 minder gezonde levensjaren). Een aantal zaken vragen daarbij de komende jaren om extra aandacht: sector overstijgende insteek, nieuwe vormen van sturing en monitoring en ook een integraal beleid op landelijk niveau.

Enthousiasme

In de brief aan de kamer sprak Van Rijn zijn waardering uit voor de stappen die GIDS-gemeenten hebben gezet in het terugdringen van de gezondheidsverschillen en de creativiteit en het enthousiasme dat hierbij is losgemaakt. Hij onderkent dat dit pas een begin is en dat het vraagstuk  een lange adem vraagt. Hij is er echter van overtuigd dat de GIDS-aanpak op termijn effect gaat hebben en een olievlekwerking teweeg zal brengen naar alle gemeenten.

Wat is er de afgelopen jaren al gebeurd? Welke thema’s hebben de komende 4 jaar een ‘boost’ nodig?

Wat is er al gebeurd?

Er is de afgelopen vier jaar veel gebeurd! Veel GIDS-gemeenten hebben hun aanpak van gezondheidsachterstanden herijkt, verbreed of versterkt. Elke gemeente op haar eigen manier, afgestemd op de lokale situatie en problematiek en de initiatieven die er al waren. Dat is ook de bedoeling: geen wijk is hetzelfde, alleen een aanpak die op de lokale context is afgestemd gaat helpen. Dit inzicht is de afgelopen jaren meer gemeengoed geworden en dat alleen al kan  beschouwd worden als flinke winst. De illusie van één evidence based aanpak van gezondheidsverschillen die geldig zou zijn voor alle gemeenten, heeft plaats gemaakt voor het besef dat samen met alle betrokkenen gezocht dient te worden naar een aanpak op maat, die past bij de situatie en behoeften van de mensen om wie het gaat. 

Over de hele linie zagen de adviseurs van Gezond in… een aantal zaken groeien:

  • de specifieke gezondheidsachterstanden per wijk of buurt en de factoren die daaraan bijdroegen zijn in veel gemeenten veel beter in kaart gebracht;
  • bewoners zijn actiever betrokken en gehoord over wat hen gaat helpen om meer in hun gezondheid te investeren; 
  • de eenzijdige focus op leefstijl is losgelaten. Om gezondheidsverschillen duurzaam terug te dringen moet je ook de oorzaken ervan in je aanpak betrekken, anders kom je niet ver. Die notie zagen we terug in het beleid van meerdere gemeenten.

In diverse gemeenten wordt gezocht naar gecombineerde aanpakken, vanuit verschillende domeinen: terugdringen van schulden en langdurige armoede gecombineerd met gezondheidsverbetering, stimuleren van (arbeids)participatie in combi met werken aan een betere gezondheid, laaggeletterdheid en gezondheidsproblemen samen aanpakken, omgeving gezonder inrichten combineren met gedragsverandering. Mooie ontwikkelingen! We staan nog aan het begin, maar dit is wel de weg die we moeten gaan.

Wat heeft de komende jaren een ‘boost’ nodig?  

Gecombineerde aanpakken

Het versterken van de hier genoemde gecombineerde aanpakken, dat moet de komende jaren een flinke ‘boost’ krijgen. Voorbeelden daarvan zijn te vinden op www.gezondin.nu Zo nemen Alphen aan de Rijn, Kampen en Lelystad gezondheid mee in hun begeleiding van mensen met financiële problemen. In Rotterdam is men geïnteresseerd in de combinatie van gezondheid en reïntegratie in arbeid, ook Gennep zet daarop in. In Nijmegen pakt men de link tussen laaggeletterdheid en gezondheid op. Gezond in… onderzoekt samen met het Verwey Jonker instituut de succesfactoren bij het koppelen van de aanpak van gezondheidsachterstanden en langdurige armoede.

Experimentalist governance

Een tweede punt dat een ‘boost’ moet krijgen is goede sturing, monitoring en evaluatie per gemeente. Niet een sturing die gericht is op vooral beheersen en hijgerig checken of de gezondheidsachterstanden binnen vier jaar al zijn ‘opgelost’. We weten dat dat niet het geval zal zijn en dat het duurzaam terugdringen van gezondheidsachterstanden om een veel langere adem vraagt. Maar op de weg daarnaar toe willen we wel weten of we op koers zijn. Dat is nog niet zo eenvoudig bij een integrale aanpak die met betrokkenen zelf ontwikkeld wordt. Het vraagt om sturing gericht op gezamenlijk leren en monitoren welke initiatieven in gemeenten het uiteindelijke doel (meer gezonde levensjaren voor mensen met een lage opleiding) stap voor stap dichterbij brengen. Dat vraagt om wat de RVS ‘experimentalist governance’ noemt.

Tenslotte: ook integrale inzet op landelijk niveau

Er is nog iets wat een ‘boost’ moet krijgen: van het volgende kabinet en alle betrokken partijen vragen we ook via landelijk sector overstijgend beleid bij te dragen aan wat nodig is. Een integrale inzet is ook op landelijk niveau van belang: van verschillende ministeries (naast VWS ook van OC&W, SZW en BZK), sociale partners, stedenbouwkundigen en planologen, de Albert Heijns in deze wereld, de voedingsindustrie en het onderwijs. Opdat er een gezondere generatie opgroeit, waarbij de kansen op gezondheid gelijker verdeeld zijn.  

 

 

[1]  Gezond in de stad (GIDS) is een decentralisatie-uitkering ten behoeve van de lokale integrale aanpak van gezondheidsachterstanden. Gemeenten worden daarbij ondersteund vanuit het stimuleringsprogramma Gezond in…dat wordt uitgevoerd door Pharos en Platform31.

Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.
Functie(s): Directeur
Organisatie: Pharos
HomeIntegrale aanpakInstrumentenNieuwsProgramma Gezond In...GIDS-gemeentenPraktijkvoorbeeldenBlogsPrikbordKalenderDeelnemers Inloggen