Pionieren met nieuwe filosofie

GIDS en Gezond in...: Pionieren met een nieuwe filosofie en samenwerking tussen gemeenten en het rijk


Andere aanpak en filosofie nodig
“We weten inmiddels dat de traditionele gezondheidsbevordering niet werkt bij het terugdringen van de grote gezondheidsverschillen. We weten ook dat de gebruikelijke manier van kennisontwikkeling en verspreiding onvoldoende werkt. En we weten dat er bij dit soort grote en complexe opgaven, een andere manier nodig is van samenwerken en verantwoordelijkheid delen tussen lokale en rijksoverheid. Deze wetenschap was voor VWS, Pharos en Platform31 aanleiding om in het programma GIDS/Gezond in… te gaan pionieren met een andere werkwijze en filosofie. 

Klassieke gezondheidsbevordering werkt hier niet 
De traditionele aanpak in de wereld van gezondheidsbevordering richt zich vooral op het beïnvloeden van leefstijl. Die aanpak werkt onvoldoende bij het terugdringen van sociaal economische gezondheidsverschillen. Daarbij is een bredere strategie nodig, gericht op de levensterreinen waar de diepere oorzaken van de gezondheidsachterstanden liggen: gebrek aan werk, opleiding, inkomen of zinvolle dagbesteding, de woonomgeving, gebrek aan sociale contacten of zorg en preventie die onvoldoende op het leven van betrokken mensen aansluit. Iemand met een ongezond voedingspatroon en hoog risico op diabetes, zal eerder geneigd zijn daar iets aan te doen als de stress van werkloos zijn of van eenzaamheid verminderd is.
Een brede aanpak vraagt om samenwerking tussen veel partijen. Het vraagt ook om het centraal stellen van betrokken burgers. Door met hen zelf na te gaan wat in hun leven het verschil gaat uitmaken voor hun gezondheid en hen een actieve rol te geven. 

Andere manier van kennis delen: geen blauwdrukmodel
Toen we Gezond in… startten koos het Ministerie van VWS met ons voor een andere wijze van kennis inzetten. Veel landelijke kennisprogramma’s werken met het blauwdrukmodel: er wordt eerst landelijk via proefprojecten een aanpak ontwikkeld en die wordt vervolgens lokaal ‘uitgerold’. Probleem daarbij is vaak dat de blauwdruk net niet aansluit op de lokale situatie en context, die per gemeente heel verschillend kan zijn. Gemeenten die al jaren bezig zijn met terugdringen van gezondheidsverschillen, komen vaak met de vraag hoe ze hun initiatieven kunnen borgen en behouden. Gemeenten die net beginnen hebben hele andere vragen. Gemeenten met achterstandswijken waar veel autochtone mensen wonen, hebben andere vragen dan gemeenten met wijken met veel migranten. Probleem bij de blauwdrukaanpak is ook dat kennis en initiatieven die in de gemeente voor die tijd al aanwezig waren, vaak onvoldoende benut worden. 

Daarom kozen we voor een andere werkwijze dan gebruikelijk in landelijke programma’s: de lokale situatie en lokale vraag worden in al hun verscheidenheid als uitgangspunt genomen. Gezond in… helpt de al bestaande aanpak van gemeenten te versterken in hun eigen context. Dat doen we door elders opgedane kennis in te brengen, op maat mee te denken en door te verbinden wat er allemaal al is. De aanpak van gezondheidsachterstanden wordt dus in 164 verschillende gemeenten verder ontwikkeld met behulp van landelijk en internationaal beschikbare kennis. Resultaten hiervan delen gemeenten vervolgens zelf in hun eigen netwerk. Deze kennisnetwerkstrategie wordt door gemeenten gewaardeerd. 

Gemeenten hebben de regie en een gedeelde verantwoordelijkheid met het rijk 
Bij veel landelijke programma’s kan alleen subsidie verkregen worden als je als lokale partij aan een  van te voren vastgesteld kader en subsidiecriteria voldoet. Die criteria gelden voor ieder, los van de verschillen in context, geschiedenis, bevolkingssamenstelling, problematiek en motivatie. Om toch de subsidie binnen te halen, wringen gemeenten of andere partijen noodgedwongen hun werkelijkheid binnen dat kader en bedenken projecten die daar in ieder geval binnen passen. Deze projecten, hoe waardevol ze ook kunnen zijn uit het oogpunt van kennisontwikkeling, dragen niet altijd bij aan het versterken en borgen van aanpakken waar gemeenten al mee bezig waren. Bekend fenomeen is dat het project ophoudt te bestaan zodra de projectsubsidie beëindigd is.
Bij GIDS/Gezond in… koos VWS daarom voor een andere weg: geen centrale, landelijke criteria die voor iedereen gelden om het GIDS-geld te mogen besteden en ook geen zware verantwoordingstrajecten. Het uitgangspunt is vertrouwen en verantwoordelijkheid delen. Gemeenten zijn eigenaar en hebben de regie over hun eigen aanpak. Er worden 164 op de eigen situatie afgestemde plannen ontwikkeld voor het terugdringen van gezondheidsachterstanden. Gemeenten verantwoorden die aan hun eigen bevolking en gemeenteraad. Van hen wordt wel gevraagd gebruik te maken van kennis die er al is, met elkaar kennis en ervaringen te delen en jaarlijks via een vragenlijst van VWS aan te geven waar ze staan met hun aanpak. Uitgangspunt is: we willen samen gezondheidsachterstanden in dit land terugdringen en we gaan daarin samen op weg. Al doende leren we zo goed mogelijk van elkaar.

Veel steun voor nieuwe aanpak
We ontmoeten binnen het programma Gezond in… veel steun en enthousiasme voor de filosofie en werkwijze die we met VWS gekozen hebben. Gemeenten waarderen het enorm dat hun eigen vragen en keuzes centraal staan en dat ze daarbij kennis op maat krijgen aangereikt. Ze waarderen ook dat we ter plekke aanwezig zijn, bestaande initiatieven/energie helpen verbinden en versterken en dat we hen in contact brengen met gemeenten met vergelijkbare vragen. Vaak kunnen ze nauwelijks geloven dat ze geen zware verantwoording hoeven af te leggen over de inzet van de GIDS-middelen. Ze zijn blij met het feit dat de verantwoordelijkheid hiervoor expliciet bij hen wordt gelaten en ervaren het als vernieuwend en prettig dat VWS hierin haar nek heeft uitgestoken en naar nieuwe wegen zoekt. Wegen die passen bij een veranderde verhouding tussen landelijk en lokaal, bij een kanteling in de samenleving en bij verantwoordelijkheid delen. 
Victor Everhardt, wethouder in Utrecht, verwoordde het aldus: “Sociaaleconomische gezondheidsverschillen kunnen alleen worden aangepakt door uit te gaan van de kracht van de mensen zelf en door het ondersteunen van gemeenten bij hun eigen aanpak. Het programma heeft hierin de goede toon weten neer te zetten.” En Rinda den Besten, ambassadeur van het programma en ex-wethouder, stelt: “Het programma Gezond in… is geen blauwdruk vanuit  Den Haag, maar een maatwerkaanpak. Het zijn de gemeenten die het moeten doen, de wethouders zijn dus aan zet. Dat is ook precies wat mij, als oud-wethouder, zo aanspreekt in het programma”.

Nieuwe werkwijze, nieuwe opgaven
De gekozen aanpak brengt zijn eigen opgaven en dilemma’s mee. Hoe verantwoorden we bijvoorbeeld nu naar de Tweede Kamer dat de GIDS-gelden goed besteed worden? En hoe monitor je de resultaten van een stimuleringsprogramma dat de diversiteit binnen gemeenten en een context-gebonden aanpak als uitgangspunt neemt? Wat voor type wetenschappelijk onderzoek past bij de ontwikkeling van een integrale aanpak waarbij niet één enkele interventie tot resultaat kan leiden en veel partijen betrokken zijn? Hoe monitoren en verantwoorden gemeenten hun eigen inspanningen, wetende dat resultaten pas op termijn zichtbaar zullen zijn? Hoe zorgen we dat de lessen die ieder leert voldoende gedeeld worden en beschikbaar zijn voor iedereen?  
Het zijn boeiende en interessante vragen. Eén ding is duidelijk: als je samen op pad bent gegaan, zoek je ook op deze vragen samen de  antwoorden. Evalueren, lessen trekken en lessen expliciteren: daarvoor draag je samen de verantwoordelijkheid. Alle partners hebben daarin een rol.

Plezier en energie bij complexe vraagstukken
De opgave om gezondheidsachterstanden duurzaam terug te dringen is niet eenvoudig. Maar het plezier en het enthousiasme dat de gekozen werkwijze oproept en die wij ontmoeten, weegt daar ruimschoots tegenop. Deze werkwijze genereert energie, een beweging en lessen die bruikbaar zijn bij complexe vraagstukken die om samenhangende inzet van veel partijen vragen. 
In de gekozen werkwijze sla je elkaar niet om de oren als de resultaten nog tegenvallen. Je zegt dan tegen elkaar: ‘deze aanpak was het kennelijk nog niet helemaal, we gaan nu nog iets anders toevoegen of dit en dat bijstellen’. Dat is de wijze waarop we in Nederland het water hebben leren bedwingen: al doende lerend vanuit een diep gevoelde noodzaak en ambitie. Niet via blauwdrukken, maar al werkende steeds stappen voorwaarts zettend. Als we het water kunnen bedwingen in dit land, dan kunnen we toch ook andere complexe opgaven aan?”

Monica van Berkum
directeur Pharos

Monica van Berkum
Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.
HomeIntegrale aanpakInstrumentenNieuwsProgramma Gezond In...GIDS-gemeentenGemeenteraadsledenPraktijkvoorbeeldenBlogsPrikbordKalenderDeelnemers Inloggen