}
Praktijkvoorbeeld

Lekker in je lijf: meer bewegen in regio Hollands Midden

Mensen met een gemeentepolis in de regio Hollands Midden kunnen sinds 2015 meedoen aan het beweegprogramma ‘Lekker in je lijf.’ Volwassenen met overgewicht gaan gedurende achttien weken in groepen sporten onder begeleiding van een lokale fysiotherapeut. Ook krijgen ze voedingsadviezen van een diëtist. Verder is er tijdens dit traject aandacht voor gedragsverandering, bijvoorbeeld in de vorm van motiverende gespreksvoering.

Meer dan 800 deelnemers

Tussen 2015 en 2018 hebben meer dan 800 mensen deelgenomen aan ‘Lekker in je lijf’. ‘Lekker in je lijf’ wordt door twaalf verschillende fysiotherapiepraktijken in negen gemeenten in de regio Hollands Midden aangeboden. De uitvoering van ‘Lekker in je lijf’ is in 2018 van de GGD naar de gemeenten gegaan.

Lekker in je lijf

Het doel van ‘Lekker in je lijf’ is gezondheidsverbetering voor mensen met een laag inkomen en overgewicht, in eerste instantie door meer beweging. Bijkomende doelen zijn gezonder eten en – aangezien een gebrekkige gezondheid daar vaak een belemmering voor is – meer maatschappelijke participatie. De eerste negen weken sporten de deelnemers twee keer per week in de fysiotherapiepraktijk. In de daaropvolgende negen weken sporten ze één keer per week, met daarnaast ruimte voor kennismaking met verschillende reguliere beweegactiviteiten.

‘Lekker in je lijf’ zet in op structurele gedragsverandering. Positieve effecten moeten ook ná de achttien weken waarneembaar zijn. Om die reden maken deelnemers in de tweede helft van het programma kennis met beweegaanbod in de buurt, waar ze na afloop aan kunnen deelnemen. Voor de organisatie van deze kennismaking, en vervolgens een warme overdracht, zetten sommige gemeenten hun buurtsport- of welzijnscoach in. Bovendien bestaan in een aantal gemeenten samenwerkingen met andere projecten.

Resultaten, succeselementen en knelpunten

‘Lekker in je Lijf’ is van september 2015 tot juli 2017 geëvalueerd. In totaal 341 personen deden aan het evaluatieonderzoek mee. Een meerderheid van de deelnemers was vrouw en ouder dan 45 jaar. Onder de deelnemers is voorafgaand aan, direct na en zes maanden na het beweegprogramma gekeken naar de (ervaren) fysieke en mentale gezondheid en maatschappelijke participatie.

  • 40 procent beoordeelt de ervaren gezondheid na afloop van het programma hoger dan voorafgaand aan het programma.
  • 90 procent  ervaart vooruitgang op het gebied van fysieke gezondheid;
  • 80 procent  geeft aan dat de emotionele gezondheid is verbeterd.

Verder zegt een groot deel (86 procent) van de deelnemers direct na het programma (iets tot veel) meer te bewegen. Na zes maanden waren de effecten echter minder groot. Op maatschappelijke participatie bleek ‘Lekker in je lijf’ geen eenduidig en blijvend effect te hebben. Vrijwel alle deelnemers ervoeren de begeleiding van de fysiotherapeuten als positief.

De succesfactoren van ‘Lekker in je Lijf’:

  • goede uitvoerbaarheid van het programma door de toolkit die de GGD voor de fysiotherapeuten had ontwikkeld
  • gecombineerde focus op beweging, voeding en gedrag
  • samenwerking tussen de eerstelijnszorg en de gemeente
  • bevorderende werking van het programma voor het zelfvertrouwen
  • vergoeding vanuit de gemeentepolis
  • persoonlijke aandacht
  • begeleiding en de aandacht voor doorstroom

Knelpunten

Deelnemers ervaren financiële belemmeringen (denk aan contributiegelden) bij het blijven bewegen. De GGD geeft aan dat de werving en het begeleiden van de doorstroom binnen gemeenten soms moeizaam verloopt. Mede door moeilijkheden rondom privacy en het benaderen van mensen is ‘Lekker in je lijf’ dit jaar niet gestart in Zoeterwoude. Bovendien speelt daar de vraag of een publieke partij als de gemeente een commerciële partij als de fysiotherapeut zou moeten promoten.