Praktijkvoorbeeld - 17 juni 2021

Mét de stad Helmond tegen de sociale tweedeling

Om in Helmond iets te doen tegen de sociale tweedeling in de stad, ontstond in 2020 de initiatiefgroep Ruimte om te leven. Met diverse lokale organisaties en de gemeente als netwerkregisseur is een concreet doelen-met-actiesplan uitgewerkt. Armoederegisseur Erika Dekens over deze aanpak: “Hierdoor is een breed gedragen beweging actief.”

De aanzet voor het initiatief in Helmond kwam van ondernemer Frans Huijbregts en de voorzitter van het Elkerliek ziekenhuis, Eveline de Bont. Beide inwoners maakten zich zorgen om de groeiende sociale tweedeling in de stad: met wie zouden ze daar iets tegen kunnen doen? Hoe kunnen we inwoners duurzaam op weg helpen naar een gelukkiger en gezonder leven?

Samen met drie wethouders sociaal domein, Cathalijne Dortmans, Erik de Vries en Harrie van Dijk en Marion van Limpt, directeur van werkbedrijf Senzer vormden ze de initiatiefgroep Ruimte om te leven. Erika Dekens, armoederegisseur in Helmond en lid van de ondersteunende werkgroep vertelt over hoe de initiatiefgroep te werk is gegaan en wat daardoor bereikt is.

GIDS

De gemeente Helmond investeert de GIDS-middelen aan een wijkgerichte aanpak. In eerste instantie is ingezet op een gezonde leefstijl en een gezonde omgeving. In de tweede fase is dit, na een discussie met onder andere experts vanuit GezondIn, verbreed naar laaggeletterdheid en bestaanszekerheid. Helmond vindt ruimte geven om te leven een belangrijke basis voor haar inwoners. “Pas dan kunnen inwoners in kwetsbare situaties deze ruimte ook zelf pakken.” Adviseur Anneke Hiemstra is regelmatig in gesprek met de gemeente. Ze ziet in Helmond veel bestuurlijk draagvlak voor een brede aanpak. “Dat is een belangrijke basis om gezondheidsverschillen duurzaam en integraal aan te pakken.”

Aanpak om als stad samen in actie te komen

Om te beginnen besloot de initiatiefgroep twee verschillende inspiratiewebinars te organiseren voor iedereen geïnteresseerd in wat er in het sociaal domein speelt, over de (on)mogelijkheden van gedragsverandering en over de integrale aanpak. Daarna volgde een driedaagse conferentie om tot een gezamenlijk actieplan te komen. De leden uit de initiatiefgroep belden hun netwerk om mensen voor deelname uit te nodigen. Ongeveer de helft van in totaal 75 deelnemers waren bestuurders met mandaat. “Zodat organisaties tijdens de conferenties beslissingen konden nemen over de follow-up”, legt Dekens uit. Daarnaast namen managers, professionals en ervaringsdeskundigen deel aan de digitale bijeenkomst.

“Voor de werkconferentie is de Future search-methodiek gebruikt”, vertelt Dekens. “Je behandelt: waar komen we vandaan, wat is ieders belang, waar staan we nu, wat is ons gedeelde belang, waar willen we naartoe en hoe gaan we dat samen doen?” In elk geval door te luisteren naar wat echt nodig is en waar mensen om wie het gaat behoefte aan hebben. Iedereen zag de problematiek en urgentie. “Er ontstond een breed gedragen beweging. Na drie dagen lag er een actieplan met zo’n twaalf doelen met bijbehorende acties. Bijvoorbeeld gericht op het wegnemen van het stigma van armoede, het verbeteren van de bejegening door instanties door de inzet van mysterieguests of het creëren van een netwerk van buddies.”

Een open transitiecafé na de conferentie bood andere lokale partijen de gelegenheid om alsnog aan te sluiten bij een van de 12 doelen met acties of nieuwe acties voor te stellen. De actielijnen worden in kleinere werkgroepen verder opgepakt. “De trekkers komen van uiteenlopende organisaties, en zijn lang niet altijd iemand vanuit de gemeente. Dat past bij het uitgangspunt van een brede beweging, waarin je met partijen samen een programma neerzet.”

Hoe nu verder?

De trekkers werken met werkgroepen aan de actielijnen. Welke acties worden uitgevoerd, is aan de werkgroepen. Dekens: “Nu is het de uitdaging om het vuurtje bij alle betrokkenen warm te houden.” Daarom wordt toegewerkt naar een online platform waar partijen kunnen samenwerken en volgen dit jaar fysieke bijeenkomsten. De initiatiefgroep denkt verder met betrokken na over het vervolg en over het monitoren en evalueren. Het actieprogramma verbindt weliswaar vooral wat er al is. Bijvoorbeeld door de acties in de stad nadrukkelijk te verbinden met de wijkactieplannen die per wijk samen met de mensen waar het om gaat worden gemaakt, een van de 9 principes om gezondheidsverschillen duurzaam aan te pakken. Maar het streven is door de nieuwe, breed gedragen werkwijze nieuwe resultaten en impact te realiseren. Met als doel inwoners structureel op weg te helpen gezonder en gelukkiger te leven, en zo de sociale tweedeling in Helmond tegen te gaan.

Wat ging in het traject goed?

  • Initiatiefgroep met bestuurders met mandaat en een groot netwerk opent nieuwe deuren en zorgt voor besluiten met commitment.
  • Het persoonlijk uitnodigen van contacten uit eigen netwerk door leden van de initiatiefgroep creëert brede betrokkenheid.
  • Breed draagvlak om de actielijn uit te werken doordat de lokale partners deze mede hebben vormgegeven en werkgroepen die ruimte ook krijgen.
  • Door de mensen in een intensieve driedaagse conferentie bij elkaar te zetten en te houden, kun je in korte tijd commitment creëren en samen tot gerichte doelen en acties komen.
  • Gebruik van Future search-methodiek om tot gezamenlijke actieprogramma te komen.
  • De communicatie vanuit de initiatiefgroep in plaats vanuit de gemeente was neutraler en wekte vertrouwen. Als mede-initiatiefnemer koos de gemeente bewust de rol van netwerkregisseur en was ook niet de afzender van de communicatie.

Wat ging minder goed?

  • Het gesprek in het Transitiecafé was lastiger dan gedacht. De nieuwe partijen en mensen meenemen in gedachten en doelen tot waar we na de conferentie stonden, was een uitdaging. Waarvoor ook niet voldoende tijd was gepland. Onze les en tip: bekijk goed waar je staat en stem daarop je bijeenkomst en voorbereiding af.
  • De actielijnen zijn een eerste stap op weg naar het doel: terugdringen van de sociale tweedeling, maar het is geen sluitende aanpak of vastomlijnd programma. De uitdaging is om de beweging die gestart is door te zetten en tegelijk ruimte houden voor nieuwe actielijnen, initiatieven en werkgroepen.