Praktijkvoorbeeld

Met taallessen werken aan zelfvertrouwen en gezondheid

In Veenendaal wonen tussen de 2800 en 4200 mensen die laaggeletterd zijn. Zij kunnen informatie vaak minder goed vinden, begrijpen en gebruiken. Ook informatie over gezondheid. Daarom zijn mensen die laaggeletterd zijn ook vaak minder gezondheidsvaardig. Dit heeft gevolgen voor hun eigen gezondheid. De gemeente Veenendaal heeft laaggeletterdheid daarom gekozen als belangrijk thema binnen haar GIDS-aanpak. In dit praktijkvoorbeeld lees je hoe vrijwilligers taalles geven én werken aan gezondheidsvaardigheden.

Lesmateriaal over gezondheid

Taalhuis Veenendaal en Veens Welzijn zijn in 2018 gestart met het trainen van vrijwilligers. Deze vrijwilligers waren al actief bij bestaande taalgroepen. Doel van de training is om vrijwilligers bewust te maken van verminderde gezondheidsvaardigheden bij laaggeletterden (NT1 en NT2’ers). De vrijwilligers gebruiken nu tijdens de taalles lesmateriaal over gezondheidsonderwerpen. Het gaat dan om onderwerpen zoals medicijnen, eten en drinken, de huisarts, mantelzorg en het landelijke en lokale zorgaanbod. De vrijwilligers stemmen het materiaal af op de behoefte van de deelnemer, een van de negen principes om gezondheidsverschillen duurzaam aan te pakken.

De samenwerking tussen Taalhuis Veenendaal, Veens Welzijn en gemeente Veenendaal is een positieve factor in de totstandkoming van het project. GIDS-ambtenaar Jantina Vree vertelt: “Als gemeente hebben we gezorgd voor samenwerking, verbinding met andere projecten en organisaties en financiering vanuit GIDS. Verder is de regie van dit project bewust zoveel mogelijk aan de uitvoering overgelaten.”

Taalmaatjes

Het Taalhuis heeft een breed aanbod. Voor iedereen die zich wil verbeteren in taal zijn er inloopspreekuren en taalcafés. Tijdens de intake verwijzen de medewerkers door naar formele en non-formele taalaanbieders. Formele taalaanbieders zijn professionele docenten. Deze trajecten hebben huiswerkopdrachten, vaste lesdagen en worden afgesloten met een certificaat. Ook is er een non-formeel aanbod met taalgroepen en taalmaatjes, gegeven door vrijwilligers.

Petra Boelhouwer is coördinator van het Taalhuis. Zij zorgt voor passende lesmaterialen over gezondheid. Petra vertelt: “De grootste uitdaging is iedere aanvrager het juiste taalaanbod te bieden. Het opleiden van vrijwilligers kost veel tijd en het verloop is groot.”

Samen bewegen

Dymphna Graaff begeleidt als vrijwilliger een taalgroep. Een groep Somalische vrouwen heeft haar gevraagd hen te helpen met hoe alles werkt in Nederland. Dymphna begeleidt de groep van ongeveer elf Somalische vrouwen al acht jaar. Ze komen een keer per week bij elkaar. De bijeenkomsten beginnen met samen bewegen. Daarna praten de vrouwen over gezondheid en kenmerken van de Nederlandse samenleving. Zoals het belang van op tijd komen en hoe je met elkaar omgaat. Soms vertellen professionals zoals politie, wethouders en verloskundigen in de les over hun werk.

Tegenwoordig geven de vrouwen vaak zelf aan welk onderwerp ze willen bespreken of waar ze hulp bij nodig hebben. Dymphna: “Dit is een grote winst in vertrouwen. Het heeft lang geduurd voordat vrouwen om hulp vroegen.” Het vertrouwen is nu zo hoog dat Dymphna zelfs taboeonderwerpen in de groep kan bespreken. Bijvoorbeeld het onderwerp meisjesbesnijdenis. Hiervoor heeft ze informatie van Pharos gebruikt.

De vrouwen hebben door de groep meer zelfvertrouwen gekregen, ook een van de negen principes. Het is een win-win situatie, want het brengt Dymphna ook veel. “Ik heb echt een band met de vrouwen opgebouwd en wordt opgenomen in de warme Somalische gemeenschap. We delen genegenheid en medeleven met elkaar. Het is heel bijzonder.” Ook Dympha ervaart meer zelfvertrouwen. Zo heeft ze bij zichzelf verborgen organisatietalenten ontdekt.

Trainingen voor zorgprofessionals

In Veenendaal worden ook zorgprofessionals getraind in het beter herkennen van en het omgaan met laaggeletterdheid. “Door de training zien professionals het belang van het onderwerp laaggeletterdheid in. Veel professionals waren zich er niet altijd bewust van hoe vaak zij te maken hebben met laaggeletterdheid”, aldus Diana Schimmel van Veens Welzijn.

Wat gaat minder goed?

  • Het vinden van passende, bekwame vrijwilligers die langere tijd blijven is lastig.
  • Door de Corona gaan de taallessen maar mondjesmaat door. Groepen mogen niet meer samen komen en veel deelnemers en vrijwilligers hebben een verhoogd risico bij besmetting. Ook vormen digitale toepassingen vaak een struikelblok door het ontbreken van kennis. Ook willen deelnemers liever fysiek contact.

Wat gaat goed?

  • Enthousiaste vrijwilligers zijn laagdrempelig voor mensen die laaggeletterd zijn. Dit werkt motiverend en geeft mensen vertrouwen.
  • Het project is tweeledig: naast het opleiden van vrijwilligers worden ook zorgprofessionals opgeleid. Dit brengt interessante inzichten en ervaringen waardoor het project verder kan ontwikkelen.
  • Goede samenwerking tussen verschillende organisaties in Veenendaal: de regie ligt bij de praktijk.