Praktijkvoorbeeld Heerlen: kwetsbare bewoners bereiken voor aanpak gezondheidsverschillen

Auteurs (Platform31): Jontsje Fennema | Lydia Sterrenberg

In Heerlen-Noord gebeurde al veel om gezondheidsverschillen terug te dringen. Toch werden veel kwetsbare inwoners niet bereikt. Met een onafhankelijk programmabureau en extra financiering wordt de aanpak nu versterkt. Samen met alliantiepartners bieden zij brede ondersteuning op plekken die inwoners wél weten te vinden. Een mooi voorbeeld voor andere gemeenten die gezondheid een betere plek willen geven in kwetsbare wijken.

In Heerlen wordt in 14 buurten extra geïnvesteerd in de aanpak van gezondheidsverschillen. Het gaat om bijna twee derde van de stad. “Het gaat dan om buurten waar veel mensen wonen met wat officieel een ‘lage sociaaleconomische status’ heet. In normaal Nederlands gaat het dan om armoede, schulden, laaggeletterdheid, veel criminaliteit en slechte huizen”, aldus Ron Meyer. Hij is programmadirecteur van het Nationaal Programma Heerlen-Noord (NPHLN). Daarin werken allerlei partijen in Heerlen – publiek en privaat – samen aan de thema’s gezondheid en leefomgeving, werk en bestaanszekerheid, talenontwikkeling en leefbaarheid en veiligheid. Hun ambitie: dat de volgende generatie jeugd gezonder opgroeit, betere ontwikkelkansen heeft, meer werkperspectief en een fijnere leef- en woonomgeving. Heerlen-Noord zou op die gebieden naar het gemiddelde moeten groeien.

Wat is het NPLV?

Heerlen-Noord is een van de 20 focusgebieden binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Vanuit dit programma krijgen 19 gemeenten voor 20 kwetsbare wijken een toezegging voor langdurige extra financiering om de leefbaarheid en veiligheid van die wijken te verbeteren. Met vier actielijnen voor lokale programma’s: een ‘samenhangende aanpak’, ‘wonen en wijken’, ‘veiligheid’ en ‘meedoen’. Onder die laatste actielijn ook het terugdringen van gezondheidsverschillen genoemd. Belangrijk, want bewoners in de kwetsbare wijken leven jaren korter en gemiddeld 15 jaar in minder goed ervaren gezondheid dan mensen welvarende wijken. Toch krijgt gezondheid in de lokale uitvoeringsprogramma’s van het NPLV niet altijd een prominente plek. In Heerlen-Noord is dat wel het geval, met het Nationaal Programma Heerlen-Noord (NPHLN). Het programma betekent extra investeringen in 14 buurten.

Afbeelding 1. Pancratiusplein Heerlen

Kwetsbare bewoners bereiken

Sinds 2012 is er regionaal veel aandacht voor de hardnekkige gezondheidsachterstanden in Zuid Limburg. Er gebeurde ook voor de komst van het dit programma al van alles in Heerlen-Noord. Bijvoorbeeld met Kansrijk van Start, een initiatief uit Heerlen dat een landelijk vervolg kreeg met Kansrijke Start. Simone Claessens is coördinator gezondheid en veiligheid binnen het NPHLN. Zij heeft bij de start van het programma een rondvraag gedaan langs alle professionals op het gebied van gezondheid. “Ik vroeg wat ze al doen, hoe het gaat en of ze mensen weten te bereiken. De professionals lieten mij weten dat de ambities op het gebied van gezondheid niet gehaald werden. Een belangrijke oorzaak was volgens hen dat we veel mensen niet bereiken. Daarnaast was er met Kansrijk van Start weliswaar ondersteuning voor ouders met kinderen tot twee jaar, maar daarna valt reguliere ondersteuning weg.”

Vindplaatsen met brede ondersteuning voor bewoners

Vanuit het deelprogramma gezondheid wordt nu gewerkt aan nieuwe ‘vindplaatsen’ – plekken die inwoners weten te vinden. En aan uitbreiding van ondersteuning van kwetsbare ouders en hun kinderen tot vier jaar. Dit is in aanvulling op het reguliere gezondheidsbeleid van de gemeente. Een voorbeeld van zo’n vindplaats zijn de ‘spjruutcafés’. Die zijn bedoeld voor ouders met een nieuwe spruit (kindje). Hier kunnen (toekomstige) ouders hulp en ondersteuning krijgen en kunnen jonge ouders elkaar ontmoeten. Claessens: “Om jonge ouders beter te bereiken zijn we gestart met het project ‘In de box’. We gaan letterlijk op de volgende generatie af: een vrijwilliger uit de buurt gaat op bezoek bij gezinnen en moeders die net een kindje hebben gekregen, met een cadeaupakket. Zo versterken we de gemeenschap en herstellen we vertrouwen. Alle cadeautjes hebben een link met onderwerpen en activiteiten in het spjruutcafé. Als de drempel om daar zelf heen te gaan nog te hoog is, gaan vrijwilligers mee. Loketten openen en afwachten tot iemand komt, werkt al decennia niet. Daarom gaan we naar mensen toe.”

Naast de spjruutcafés zijn scholen, sportcentra en de huisartsen andere vindplaatsen. “Op die vier plekken komen de ouders en kinderen in het dagelijks leven. Daar moeten onze inwoners terecht kunnen bij iemand die ze kan helpen. Bijvoorbeeld met vragen over schulden of opvoedvragen.” Als ouders niet direct geholpen kunnen worden, kunnen ze wel worden doorverwezen. Maar soms is er ter plekke eerste ondersteuning in de vorm van een wijkteam of schoolmaatschappelijk werker. De medewerkers op deze vindplaatsen zijn echte allrounders. “Je wilt niet zomaar iemand wegsturen. Daarom hebben we mensen nodig die wegwijs zijn zowel in formele als informele zorg.”

Plus op de reguliere gezondheidsondersteuning

Het Nationaal Programma Heerlen Noord wil een ‘plus’ bieden op reguliere activiteiten van de individuele alliantiepartners zoals de gemeente, de woningcorporaties en onderwijsinstellingen. Al die partners zijn verantwoordelijk voor hun eigen taken, maar om het meest impact te hebben, werken ze samen. Meyer: “Het Nationaal Programma beperkt zich tot de extra’s. Soms is dat niet direct duidelijk, maar we proberen dit gescheiden te houden.” Door deze positie in te nemen, vanuit een onafhankelijk programmabureau, is het team van Meyer in staat om aan te zwengelen en te stimuleren. Dat is niet altijd eenvoudig, maar wel nodig. “We moeten van vreedzame co-existentie naar echte samenwerking. Bij echte samenwerking mag het onderwijs ook iets van de politie vinden en vice versa. We zijn gemeenschappelijk verantwoordelijk voor de hele sociale inhaalrace.”

Een ander voorbeeld waarbij Meyer een agenderende positie aanneemt, is wanneer het gaat om de woonopgave. “In Heerlen-Noord is een grote concentratie goedkope woningen die zorgt voor een steeds nieuwe instroom van mensen met problemen. Zij komen vaak uit rijkere gemeenten, waar niet genoeg gebouwd wordt voor mensen lagere inkomens.” Meyer betoogt dat andere steden ook moeten bouwen voor lage inkomens en dat er op korte termijn in Heerlen-Noord ook actie moet worden ondernomen. “Op dit moment komen er in vergelijking met andere steden twee keer zoveel mensen in de bijstand naar Heerlen.” Op deze manier legt het programma ook problemen bloot die nog niet of weinig bekend zijn. Juist omdat met al die alliantiepartners ‘collectieve intelligentie’ wordt gevormd. “Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder. Daar horen ook bewoners bij. Met al die ideeën en ervaringen kunnen we samen nóg trotser worden op onze wijken.”

 

Meer weten? Neem contact op met de auteurs via:

jontsje.fennema@platform31.nl
lydia.sterrenberg@platform31.nl