Amersfoort kiest voor praktische aanpak bij het monitoren van de gezonde wijk-aanpak

Interview met José Theunisse, Bennita IJtsma en Nelleke de Vos

Praktijkvoorbeeld

Gezonde Wijk Amersfoort streeft naar meer gezonde inwoners, met meer initiatieven in de wijken. De kern van het programma is een integrale aanpak. De aanpak is ooit gestart op initiatief van een huisarts in de wijken Koppel en Schothorst. Hij herkende dat de inwoners van zijn wijk zouden profiteren van een betere samenwerking tussen zorg en het sociaal domein. Deze theorie klopte, waarop de gemeente besloot om deze aanpak ook in andere wijken in te voeren. De aanpak is doorontwikkeld en gaat in alle negen wijken van Amersfoort ingezet worden. Van de zes wijken waar de Gezonde wijkaanpak nu loopt, zijn drie zogeheten aandachtswijken.

Prioriteiten stellen en plannen maken met inwoners

De Gezonde Wijk aanpak sluit aan op wat inwoners (en professionals in de wijk) belangrijk vinden, maar wordt ook gevoed door het wijkprofiel dat de GGDrU opstelt aan de hand van Gezond in … gebiedsindicatoren (en andere relevante data uit de Gezondheidsmonitors van de GGD. Het wijkprofiel wordt besproken met 1e lijn professionals, burgerinitiatiefnemers en vrijwilligers. Zij formuleren vervolgens samen de speerpunten voor een specifieke Gezonde Wijkaanpak. De GGDrU adviseert. Als de betrokkenen zich in de speerpunten herkennen, vertalen werkgroepen in de wijk die naar activiteiten en projecten. Op deze manier leidt de energie van de wijk tot een programma op maat.

Voorbeeld Kattenbroek

Gezonde Wijk Kattenbroek laat zien wat zo’n programma in kan houden. Vorig jaar startte de werkgroep om speerpunten te bepalen. De leden, inwoners, de huisarts en andere professionals zijn enorm bevlogen; en de huisarts heeft zelfs de ambitie om van Kattenbroek de blue zone van Amersfoort te maken. Toen er drie speerpunten waren is er per speerpunt een eigen werkgroep gevormd. De werkgroep voor het speerpunt ‘Prettig en Gezond ouder’ werkt nu aan een informatiefolder over veerkracht, bewegen, voeding en financiën, en ontwikkelt plannen over hoe de wijk dementievriendelijk te maken. De groep ‘Alle ballen even laten vallen”, richt zich op mensen die werk en mantelzorg combineren, of werk en de zorg voor kinderen, en die hierdoor stress ervaren. Dankzij de werkgroep zijn er nu maandelijkse bijeenkomsten voor deze doelgroep, en er is bijvoorbeeld een verwenavond voor mantelzorgers. En de werkgroep ‘Gezond opgroeien en opvoeden’, heeft onder meer samen met Jong Leren Eten moestuinen gerealiseerd voor peuters en kleuters. Ook is er nu een ontmoetingsmogelijkheid voor jonge ouders (Bakkie Kroost).

Aanpak volgen en resultaten bepalen

Jose Theunisse: “de gemeente en de GGDrU willen graag weten wat de Gezonde Wijk oplevert. Er is alleen geen (extra) geld voor monitoren en evaluatie onderzoek. We hebben met kennisinstellingen twee maal een ZonMw aanvraag gedaan en één keer een voorstel voor een RAAK-subsidie ingediend, maar deze zijn helaas niet gehonoreerd.”

Nelleke de Vos: “Dat betekent dat we het moeten doen met reguliere capaciteit van gemeente en GGDrU. We moeten daarom praktische keuzes maken. Zo zit een wetenschappelijke effect evaluatie er nu niet in. Het afgelopen jaar hebben we besloten dat we in ieder geval wel de uitkomsten en uitvoering willen monitoren en evalueren. Daarbij zetten we vooral in op leren, en niet zozeer op verantwoorden en het bewijzen van effectiviteit. Dat laatste is bij een integrale wijkaanpak ook heel lastig, omdat oorzaak en gevolg relaties heel complex zijn.
De kunst is om betekenisvolle informatie op te halen. Dat kan zowel kwalitatieve als kwantitatieve informatie zijn. Ook hierbij moeten keuzes gemaakt worden: wat willen we weten, hoe gaan we dat meten? De Gezonde Wijk heeft steun van de raad en deze weet ook dat er een lange adem nodig is om resultaten te boeken in termen van het verbeteren van de gezondheid en terugdringen van de gezondheidsachterstanden.”

Praktische insteek

Bennita IJtsma: “We willen graag eens per jaar resultaten en inzichten over de uitvoering bij de wijk werkgroepen ophalen en bespreken. Input daarvoor gaan we ophalen bij de uitvoerders van activiteiten. Onderwerpen waar we informatie over willen verzamelen zijn:

  • Wat is gedaan, welke activiteiten hebben plaatsgevonden?
  • Zijn inwoners betrokken bij plannen en uitvoering?
  • Hoe staat het met het bereik? Hoeveel inwoners zijn bereikt? Wie bereikt men vooral?
  • Zijn andere (nieuwe) professionals betrokken geraakt in vergelijking met de situatie voordat we aan de slag gingen? (dit om een indruk te krijgen van of de aanpak inderdaad bijdraagt aan een (meer) integrale aanpak)
  • Wie werken samen, en hoe verloopt deze samenwerking?
  • Hoe beoordelen inwoners de aanpak of activiteiten en welke tips en tops hebben ze?”

Bennita: “Wat redelijkerwijs aan informatie kan worden verzameld is nog een puzzel – we willen voorkomen dat we de mensen die betrokken zijn bij de uitvoering frustreren met administratief werk, en moeten graven in hun eigen gegevens. Werkgroepen hebben zelf vaak informatie. Als er lokale bijeenkomsten zijn, evalueren de (sub)werkgroepen die bijeenkomsten intern. En men heeft dan ook wel een idee van het aantal deelnemers. Zoiets komt misschien ook wel in een verslag terecht. Maar het doorpluizen van die informatie op zoek naar antwoorden op onze vragen kost veel tijd, en dus capaciteit. Dus we gaan nu kijken hoe een korte checklist gaat werken. Daarnaast zoeken we naar andere methoden waarmee je snel goede informatie kunt krijgen, bijvoorbeeld een Tijdlijnmethode waarmee je snel met elkaar kunt leren over samenwerking en resultaten. “

Vergeet je eigen kennis niet

Jose Theunisse: “Als je accepteert dat een meer kwalitatieve en indicatieve monitoring het hoogst haalbare is, en zorgt dat je voldoende in het wijk netwerk zit, dan krijg je ook al veel informatie mee. En soms een cadeautje! In reactie op het project ‘Welzijn op Recept’ kregen we veel spontane positieve e-mails van huisartsen en praktijkprofessionals. Een teken dat je goed zit. Je moet als je dit soort eigen observaties en informatie gebruikt alleen wel voldoende distantie in acht nemen, en voldoende kritisch blijven ten opzichte van wat je zo ophaalt. Wanneer je deze waarnemingen toetst aan die van anderen, zoals inwoners en andere professionals, blijven ze dan overeind?”

Stadsbrede evaluatie

De monitoring en evaluatie van de Gezonde Wijk zal straks onderdeel uitmaken van de stadsbrede evaluatie van het gezondheidsbeleid in 2021. Daarvoor zal de GGDrU geactualiseerde cijfers over gezondheid leveren uit de Gezondheidsmonitors. Daarnaast is het de bedoeling om een stadsbrede uitvraag onder inwoners plaats te laten vinden, waarin naar hun ervaring met en mening over het gezondheidsbeleid wordt gevraagd. Dit maakt in Amersfoort deel uit van de beleidsevaluatie cyclus. Op deze manier krijgt Amersfoort ook stadsbreed de nodige input voor het monitoren en evalueren van de Gezonde Wijk.

Contact

Organisatie: Pharos
Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.
HomeIntegrale aanpakInstrumentenNieuwsProgramma Gezond In...GIDS-gemeentenGemeenteraadsledenPraktijkvoorbeeldenBlogsPrikbordKalenderDeelnemers Inloggen